Constructiestaal S235 is het meest toegepaste ongelegeerde, warmgewalste staal in de Europese staalbouw. Het is genormeerd in EN 10025-2:2019 en kenmerkt zich door een minimale vloeigrens van 235 N/mm², goede lasbaarheid en een lage prijs per kilogram. In de praktijk gebruiken we S235 voor staalconstructies, machineframes, trappen, balustrades en veel andere toepassingen waar de sterkte-eis niet extreem hoog ligt.

Deze gids behandelt constructiestaal S235 vanuit het perspectief van een staalverwerker: welke eigenschappen ertoe doen, welke variant je kiest, hoe het zich laat lassen en bewerken, en waar S235 wel en niet past. We schrijven vanuit de lasvloer in Roosendaal, waar we dagelijks met dit materiaal werken.

Wat is constructiestaal S235?

S235 is een ongelegeerd constructiestaal volgens de Europese norm EN 10025-2:2019, de productnorm voor warmgewalste producten van ongelegeerd constructiestaal. De aanduiding is opgebouwd uit drie delen:

  • S staat voor structural: constructiestaal, bestemd voor dragende en niet-dragende staalconstructies.
  • 235 is de minimale vloeigrens (Re) in N/mm² voor een productdikte tot en met 16 mm.
  • Een toevoeging zoals JR, J0 of J2 geeft de kerfslagwaarde en de testtemperatuur aan.

Het materiaal is ongelegeerd, wat betekent dat er geen significante hoeveelheden legeringselementen zoals chroom of nikkel aanwezig zijn. Daardoor is S235 goed lasbaar, makkelijk te bewerken en relatief voordelig. Dezelfde staalsoort werd voorheen aangeduid als ST37 volgens de (ingetrokken) Duitse norm DIN 17100; in materiaaldatabases kom je ook het werkstofnummer 1.0038 tegen (voor S235JR).

Mechanische eigenschappen van S235

De mechanische waarden van S235 zijn vastgelegd in EN 10025-2 en zijn afhankelijk van de productdikte. Hoe dikker het materiaal, hoe lager de gegarandeerde minimale vloeigrens. Voor een standaarddikte tot 16 mm geldt:

Eigenschap Waarde
Minimale vloeigrens Re (t ≤ 16 mm) 235 N/mm²
Minimale vloeigrens Re (16 < t ≤ 40 mm) 225 N/mm²
Minimale vloeigrens Re (40 < t ≤ 63 mm) 215 N/mm²
Treksterkte Rm (nominale dikte < 3 mm) 360–510 N/mm²
Treksterkte Rm (3 ≤ t ≤ 100 mm) 360–510 N/mm²
Minimale rek na breuk A (L₀ = 5,65 √S₀) 26% (longitudinaal)
Elasticiteitsmodulus E ca. 210.000 N/mm²
Dichtheid ρ 7.850 kg/m³
Poissonconstante ν 0,30

De elasticiteitsmodulus is nagenoeg gelijk voor alle ongelegeerde constructiestaalsoorten. Dat betekent dat een profiel in S235 onder elastische belasting evenveel doorbuigt als hetzelfde profiel in S355. Een hogere staalsoort biedt dus meer sterkte, maar geen stijfheidswinst bij dezelfde geometrie.

Chemische samenstelling volgens EN 10025-2

De chemische samenstelling van S235 is bewust laag gehouden om goede lasbaarheid en vervormbaarheid te waarborgen. Voor S235JR gelden volgens EN 10025-2 de volgende maxima voor de smeltanalyse:

Element Maximum (%)
Koolstof (C), t ≤ 16 mm 0,17
Koolstof (C), t > 40 mm 0,20
Mangaan (Mn) 1,40
Fosfor (P) 0,035
Zwavel (S) 0,035
Stikstof (N) 0,012
Koper (Cu) 0,55

Het koolstofequivalent (CEV) wordt volgens dezelfde norm begrensd: bij S235JR op 0,35 voor dikten ≤ 30 mm en 0,38 voor 30 < t ≤ 40 mm. Een laag CEV betekent weinig risico op harde, broze structuren in de warmte-beïnvloede zone van een las, een van de redenen dat S235 bij courante dikten lasbaar is zonder voorverwarmen.

S235-varianten JR, J0 en J2

De laatste letters in de staalcode geven het gedrag bij een kerfslagproef (Charpy V-notch) aan. De eis is steeds hetzelfde: minimaal 27 joule energieopname. Wat verschilt, is de testtemperatuur.

S235JR

S235JR is de standaardvariant en veruit de meest gebruikte. De kerfslagproef wordt uitgevoerd bij +20 °C. Voor toepassingen op kamertemperatuur, binnen verwarmde gebouwen of voor componenten die niet structureel koud belast worden, voldoet JR altijd.

S235J0

S235J0 is getoetst bij 0 °C. Deze variant kies je voor toepassingen waar buitentemperaturen rond het vriespunt voorkomen en waar je een marge wilt tegen brosse breuk. Denk aan buitenstaalconstructies in gematigd klimaat.

S235J2

S235J2 is getoetst bij −20 °C. Deze variant is zinvol voor zwaardere buitentoepassingen, koelinstallaties of projecten in koude regio’s. J2 heeft ook striktere eisen aan de stikstofgehaltes en wordt vaak met een fijnkorrelig staalproces (aluminiumbinding) vervaardigd.

Variant Kerfslagenergie Testtemperatuur Typische toepassing
S235JR 27 J +20 °C Binnencomponenten, algemeen
S235J0 27 J 0 °C Buitentoepassingen
S235J2 27 J −20 °C Koude omgevingen, dynamische belasting

Bij Ferna leveren we vrijwel altijd S235JR, tenzij de constructeur of het bestek expliciet J0 of J2 voorschrijft.

Lasbaarheid van constructiestaal S235

Van alle ongelegeerde constructiestaalsoorten laat S235 zich het makkelijkst lassen. Het lage koolstofgehalte (max. 0,17%) en de lage CEV zorgen dat het materiaal weinig gevoelig is voor harde martensitische structuren in de warmte-beïnvloede zone. Concreet:

  • Tot ongeveer 25 mm dikte is voorverwarmen meestal niet nodig bij normale werkplaatstemperatuur.
  • Boven 25 mm, bij lage omgevingstemperatuur of bij sterk inklemde verbindingen adviseren we voorverwarmen op 50–100 °C om koudscheuren te voorkomen.
  • Alle courante lasprocessen zijn geschikt: MAG/MIG (135/136), TIG (141), BMBE (111) en onderpoeder (121).
  • Een gangbaar lastoevoegmateriaal is G3Si1 (draad) of E42 (elektrode), beide ruim verkrijgbaar.

Voor combinaties tussen S235 en zwaardere staalsoorten, bijvoorbeeld S355, hanteer je de laseisen van de staalsoort met de hoogste eisen. In ons artikel over het verschil tussen S235 en S355 gaan we dieper in op de praktische gevolgen van zo’n combinatie, inclusief de koolstofequivalentverschillen.

Laswerkzaamheden aan constructiestaal S235 in de Ferna werkplaats

Bewerkbaarheid en verwerking

S235 laat zich uitstekend bewerken. Dat is een van de redenen waarom het materiaal zo breed wordt toegepast: de verwerkingskosten blijven laag en de voorspelbaarheid hoog.

Snijden

Plaat, kokers en profielen in S235 zijn met nagenoeg elke snijtechniek te verwerken. Autogeen snijden werkt goed vanwege het lage legeringsniveau. Plasma- en lasersnijden leveren schone snedes met minimale warmte-inbreng. Voor nauwkeurige profielsnijdingen gebruiken we meestal laser- of fibersnijden tot ongeveer 20 mm plaatdikte.

Kanten, walsen en persen

S235 heeft een goede koude vervormbaarheid. De minimale buigradius bij kanten hangt af van de walsrichting en de plaatdikte; voor standaardplaat tot 10 mm houden we een binnenradius van minimaal 1× de plaatdikte aan voor dwars kanten. Voor langs kanten kan dit hoger liggen. Bij zware profielen (walsen tot cilinders, kegels) werkt S235 voorspelbaar zonder dat spanningsvrij gloeien noodzakelijk is.

Boren en verspanen

De verspaanbaarheid van S235 is matig, maar voldoende voor gat- en draadbewerkingen op een staalconstructie. Voor grote aantallen verspanende bewerkingen is een automatenstaal (bijv. 11SMn30) beter geschikt.

Oppervlaktebehandeling en corrosiebescherming

Onbehandeld S235 roest. Voor buitentoepassingen of vochtige omgevingen moet er altijd een corrosiebeschermingssysteem op.

  • Thermisch verzinken volgens EN ISO 1461 is de meest toegepaste methode voor complete staalconstructies. Let op: voor een uniforme zinklaag zijn de siliciumgehaltes in S235 relevant. Vraag bij de staalleverancier om galvaniseerkwaliteit (Si < 0,03% of 0,15–0,22%) om de ruwe “Sandelin-zone” te vermijden.
  • Metalliseren (thermisch spuiten van zink of zink-aluminium) geeft een dunnere laag met een ander uiterlijk en is geschikt voor onderdelen die te groot zijn voor het zinkbad.
  • Stralen en natlak (bijvoorbeeld een C3- of C4-systeem volgens ISO 12944) is een alternatief voor projecten waar verzinken niet past, bijvoorbeeld vanwege esthetiek of uitzettingsrisico.
  • Een duplexsysteem (verzinken + coaten) combineert beide voor een lange levensduur in agressieve omgevingen.

De keuze hangt af van de corrosiviteitsklasse (ISO 12944), de gewenste levensduur en het bestek.

Toepassingen van S235 in de praktijk

In de werkplaats komen we constructiestaal S235 tegen bij uiteenlopende projecten:

  • Staalconstructies voor utiliteits- en industriebouw (kolommen, liggers, verbanden) in lichte tot middelzware belasting
  • Machinebouw-frames, ondersteuningen en bordessen
  • Trappen, bordessen, leuningen en balustrades
  • Hekwerken, poorten en afscheidingen
  • Agrarische en transportcomponenten (assen, steunen, koppelingen)
  • Basisconstructies voor installatietechniek en leidingondersteuningen
  • Plaatwerk voor behuizingen en non-structurele panelen

Voor zwaarder belaste of slanke constructies, zoals kranen, bruggen of grote overspanningen, werken we vaker met S355. Zie daarvoor onze vergelijking in het artikel Verschil S235 en S355.

S235 versus S275 en S355

S275 en S355 zijn hogere sterkteklassen binnen dezelfde norm EN 10025-2. De chemische basis is vergelijkbaar; het verschil zit in de mechanische eigenschappen en (bij S355) een iets hogere CEV.

Staalsoort Vloeigrens (t ≤ 16 mm) Treksterkte
S235 235 N/mm² 360–510 N/mm²
S275 275 N/mm² 370–530 N/mm²
S355 355 N/mm² 470–630 N/mm²

S275 wordt in Nederland minder vaak gespecificeerd dan S235 of S355; het zit er qua eigenschappen tussenin. De keuze tussen S235 en S355 hangt af van de belasting, de beschikbare profieldikte en het gewicht van de constructie. Voor een volledige kostenvergelijking, lasbaarheidsverschillen en praktische verwerkingskeuzes verwijzen we naar ons artikel Verschil S235 S355: sterkte, kosten en verwerkbaarheid.

Beschikbare profielen en afmetingen

S235 is het ruimst verkrijgbare constructiestaal op de Europese markt. Je vindt het in vrijwel alle standaard warmgewalste profielen:

  • H-profielen: HEA, HEB, HEM
  • I-profielen: IPE, INP
  • U-profielen: UNP, UPE
  • L-profielen: gelijk- en ongelijkzijdige hoekstaal
  • Platen en strippen: dikten 3–200 mm en meer
  • Rond- en vierkantstaal: blank of warmgewalst
  • Kokers en buisprofielen: meestal onder EN 10219 als S235JRH (koudgevormde constructiekokers) of EN 10210 als S235JRH warmgevormd

Afmetingen lopen door tot 600 mm plaatdikte voor speciale toepassingen. In de reguliere staalbouw werken we doorgaans met dikten tot 30 mm.

Normen en certificering

Naast de productnorm EN 10025-2 zijn voor staalconstructies in S235 nog enkele normen relevant:

  • EN 1090-1/2: uitvoering van staalconstructies. Constructieve staalwerken moeten CE-gemarkeerd zijn; het werk wordt ingedeeld in uitvoeringsklassen EXC1 tot EXC4. Voor courante staalbouw ligt dit meestal op EXC2, voor zwaardere constructies op EXC3.
  • EN ISO 3834: kwaliteitseisen voor smeltlassen. Een gecertificeerd staalbouwer werkt onder deel 2 (uitgebreide kwaliteitseisen) of deel 3.
  • EN 10204: certificeringstypes voor het materiaal zelf. Voor constructief werk is een 3.1-certificaat de standaard; voor kritische of veiligheidsgerelateerde toepassingen wordt soms een 3.2-certificaat gevraagd.

Ferna is als EN 1090-gecertificeerde staalbouwer vertrouwd met deze uitvoeringsklassen en kan bij elk project de juiste documentatie leveren.

Veelgestelde vragen over S235

Wat betekent S235JR?

S235JR staat voor constructiestaal (S) met een minimale vloeigrens van 235 N/mm² en een kerfslagenergie van 27 joule bij +20 °C (JR). Het werkstofnummer is 1.0038 volgens EN 10027-2.

Is S235 hetzelfde als ST37?

Praktisch wel. ST37 is de verouderde Duitse aanduiding (DIN 17100, ingetrokken) voor eenzelfde klasse ongelegeerd constructiestaal. In moderne normen is de aanduiding S235 volgens EN 10025-2.

Kun je S235 aan S355 lassen?

Ja. De lasparameters (voorverwarmtemperatuur, lastoevoegmateriaal) stem je af op de staalsoort met de hoogste eisen, in dit geval S355. Gebruik een toevoegmateriaal dat minimaal gelijk is aan de zwakste schakel en volg de WPS voor S355.

Welke variant kies je bij buitentoepassingen?

Voor niet-kritische buitentoepassingen in het Nederlandse klimaat voldoet JR meestal. Voor constructies die structureel belast worden bij vriestemperaturen of waar brosse breuk onaanvaardbaar is, kies je J0 of J2.

Hoe zwaar is S235 per meter?

Het gewicht hangt af van het profiel, niet van de staalsoort. Met een dichtheid van 7.850 kg/m³ weegt bijvoorbeeld een HEA 200 ongeveer 42,3 kg/m, een IPE 200 ongeveer 22,4 kg/m. Raadpleeg de profielnorm of een staaltabel voor exacte waarden.

Constructiestaal S235 kiezen voor jouw project

Constructiestaal S235 blijft in veel projecten een logische keuze: ruim beschikbaar, goed bewerkbaar, goed lasbaar en economisch. De sleutel zit in de juiste variantkeuze (JR/J0/J2), een passende oppervlaktebehandeling en, bij zwaarder werk, de afweging of S355 geschikter is.

Heb je een staalconstructie of laswerk in S235 in voorbereiding? Ferna bewerkt dagelijks S235 in alle courante profielen en diktes, van losse plaatonderdelen tot complete, CE-gemarkeerde staalconstructies volgens EN 1090. Vraag een offerte aan voor advies over materiaalkeuze, uitvoeringsklasse en corrosiebescherming.

Laatste nieuwsberichten

Laatste nieuwsberichten

Constructiestaal S235: eigenschappen, varianten en praktische verwerking

Constructiestaal S235: eigenschappen, varianten en praktische verwerking

Alles over constructiestaal S235: mechanische eigenschappen, varianten JR/J0/J2, lasbaarheid en toepassingen volgens EN 10025-2. Praktijkgids van een gecertificeerde staalbouwer.
Lees dit bericht
Constructiestaal S355: eigenschappen, toepassingen en verwerking in de praktijk

Constructiestaal S355: eigenschappen, toepassingen en verwerking in de praktijk

Constructiestaal S355 in de praktijk: eigenschappen, varianten (JR, J0, J2, MC), toepassingen en hoe het zich laat lassen, snijden en walsen volgens EN 10025-2.
Lees dit bericht
Kathodische bescherming staal: zo voorkom je corrosie aan constructies

Kathodische bescherming staal: zo voorkom je corrosie aan constructies

Hoe bescherm je staalconstructies tegen corrosie met kathodische bescherming? Vergelijk opofferingsanodes met opgedrukte stroom en kies de juiste methode.
Lees dit bericht