Wat de WRDA regelt en waarom dit artikel anders is

De Warenwetregeling drukapparatuur 2016 (WRDA) vormt samen met het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016 (WBDA) en de Europese richtlijn PED 2014/68/EU de juridische ruggengraat voor alle drukapparatuur boven 0,5 bar overdruk in Nederland. Wie zo’n apparaat ontwerpt, fabriceert, koopt of in bedrijf heeft, zit aan deze drie wetten vast.

Dit artikel is geschreven voor compliance-inkopers, maintenance managers en asset owners in petrochemie, raffinage en tankbouw die hun naleving willen begrijpen zonder voor elke vraag een externe adviseur in te schakelen. Geen overheidsjargon, geen losse opsomming van wetsartikelen. Wel een bruikbare beslisboom voor keuringsplicht versus zorgplicht, een documentatie-checklist die je naast je inspectie-administratie kunt leggen, een stappenplan voor het geval een herkeuring wordt afgekeurd, en een fabrikant-perspectief dat laat zien hoe ontwerpkeuzes de latere herkeuringen makkelijker maken.

Na dit artikel weet je welke afkortingen waar gelden, welke drie WBDA-keuringen jouw apparaat raken, hoe je een keuringsinterval bepaalt en welke documenten minimaal in je dossier horen. Bij ontwerp of vervanging van een drukapparaat ligt een groot deel van die compliance al vast in de fabricage; zie ook hoe een zorgvuldig gebouwd drukvat de latere documentatielast verlicht.

WRDA, WBDA en PED uit elkaar gehaald

Het is verleidelijk om PED, WBDA en WRDA als drie losse regels te zien, maar in de praktijk vormen ze één keten. De Pressure Equipment Directive 2014/68/EU (PED) is de Europese richtlijn die regelt hoe drukapparatuur ontworpen, gefabriceerd en in de handel gebracht mag worden binnen de EU. Het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016 (WBDA) is de Nederlandse implementatie daarvan en vult de PED aan met regels voor het gebruik en de periodieke herkeuring. De Warenwetregeling Drukapparatuur 2016 (WRDA) is de ministeriële regeling onder het WBDA en bevat de uitvoeringsdetails: kavels A tot en met G, procedures voor het aanwijzen van een conformiteitsbeoordelingsinstantie en de overgangsbepalingen.

Elk van de drie raakt een ander deel van de levensduur. De PED bepaalt wat fabrikanten doen vóór de oplevering. Het WBDA bepaalt wat gebruikers doen vanaf de eerste ingebruikneming. De WRDA legt vast hoe een en ander procedureel uitgevoerd wordt en welke instanties bevoegd zijn.

Een belangrijk wijzigingsmoment is 2016 zelf. In die herziening werden installatieleidingen in het bereik DN 25 tot DN 65 expliciet onder de regeling gebracht. Wie ouder leidingwerk in bedrijf heeft, krijgt hier dus vroeger of later mee te maken.

Hoe de PED 2014/68/EU doorwerkt in Nederland

De PED kent zeven veelgebruikte conformiteitsmodules: A2, Bo, Bp, C2, D, H en H1. Welke module van toepassing is, hangt af van de PED-categorie (I, II, III of IV) en de keuze van de fabrikant binnen de toegestane modules per categorie. De module bepaalt vervolgens welke stappen er gevolgd moeten worden in ontwerp, productiecontrole en eindbeoordeling, en in welke vorm de conformiteitsverklaring wordt opgesteld.

Een PED-conformiteitsverklaring uit een andere EU-lidstaat is geldig voor het in de handel brengen in Nederland. Dat betekent echter niet dat de gebruiker daarmee klaar is: zodra het apparaat in Nederland in gebruik gaat, valt het onverkort onder de WBDA-keuringsplicht.

De rol van het Warenwetbesluit Drukapparatuur 2016

Voor de gebruiker zijn drie WBDA-artikelen leidend. Artikel 21 regelt de keuring vóór ingebruikneming, de KvI. Artikel 22 regelt de periodieke herkeuring. Artikel 26 regelt de keuring na reparatie of wijziging. Daarnaast bepaalt het WBDA dat een geldige KvI-verklaring op verzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie binnen redelijke termijn overlegd moet kunnen worden.

Wat de Warenwetregeling Drukapparatuur 2016 zelf toevoegt

De WRDA zelf bevat geen materiële verplichtingen die er in het WBDA al niet stonden. Wat de regeling wel doet, is het uitvoeringsdeel concretiseren. De kavels A tot en met G worden er aangewezen, evenals de procedure waarmee SZW een Nederlandse Conformiteitsbeoordelingsinstantie aanwijst. Verder verwijst de WRDA naar geharmoniseerde normen waarmee een vermoeden van conformiteit ontstaat, en biedt artikel 40 een overgangsbepaling voor apparatuur die al vóór 2016 in gebruik was.

De drempelwaarde van 0,5 bar overdruk

Het hele bouwwerk van WRDA, WBDA en PED komt pas in werking als de maximaal toelaatbare druk PS boven 0,5 bar overdruk uitkomt. Dat betekent: 0,5 bar boven atmosferische druk. Een huishoudelijke ketel of een lagedrukwaterleiding zit doorgaans onder die grens en valt buiten de regeling. Een stoomketel, een opslagvat in een raffinage-installatie of een procesleiding in een petrochemisch park zit er ruim boven en valt er onder.

Ook tijdelijk gebruik telt mee. Een mobiele installatie die voor een project drie maanden op locatie staat en de drempel overschrijdt, is een drukapparaat in de zin van het WBDA. De keuringsplicht volgt het apparaat, niet de locatie of de duur.

Wat valt onder drukapparatuur volgens de WBDA

Het WBDA onderscheidt zes hoofdcategorieën drukapparatuur: drukvaten, leidingen, samenstellen, stoomketels, warmtewisselaars en veiligheidsappendages. Daarnaast zijn er uitsluitingen voor onder meer transportleidingen die onder andere richtlijnen vallen en bepaalde militaire toepassingen.

In de praktijk loopt de meeste discussie over leidingwerk, omdat de PED-categorie sterk afhangt van diameter, fluïdumgroep en druk. Een goed overzicht van diametersystemen helpt; bij installaties met gemengd leidingwerk zie je vaak dat de DN 25-DN 65 grens precies door een fabriek heen loopt en je dus per traject moet beoordelen.

Drukvaten en samenstellen

Een drukvat is een afgesloten ruimte die bestemd is om onder druk een fluïdum te bevatten. Een samenstel is een functioneel geheel van meerdere drukapparatuur-componenten, bijvoorbeeld een vat met bijbehorende veiligheidsklep, druksensoren en een toevoerleiding, dat door de fabrikant als één eenheid op de markt wordt gebracht.

Het verschil is meer dan administratief. Een samenstel vereist een eigen conformiteitsbeoordeling, naast de beoordelingen van de losse componenten. Wie een installatie samenstelt uit losse componenten van verschillende fabrikanten, kan zelf de juridische rol van fabrikant van het samenstel krijgen.

Leidingen, stoomketels en warmtewisselaars

Voor leidingen bepalen drie variabelen de PED-categorie: de nominale diameter DN, het inwendige volume V (bij verzamelvaten) en de fluïdumgroep: gas of vloeistof, groep 1 (gevaarlijker) of groep 2. De combinatie levert categorie I, II, III of IV en daarmee de bandbreedte aan toegestane PED-modules.

Stoomketels vallen onder een strenger regime, omdat de fluïdumtemperatuur per definitie boven 110 °C uitkomt. Warmtewisselaars worden meestal beoordeeld als samenstellen, omdat ze twee gescheiden drukruimtes combineren.

De drie WBDA-keuringen uit Art. 21, 22 en 26

De drie keuringsmomenten in het WBDA vervangen elkaar niet, ze volgen elkaar op gedurende de levensduur van het apparaat. Voor elk moment moet de gebruiker een dossier kunnen overleggen waaruit blijkt dat de keuring is uitgevoerd en wat het resultaat was. Daarbij horen ook achterliggende documenten, waaronder de verplichte lascertificaten van de fabricerende partij.

Art. 21 Keuring vóór ingebruikneming (KvI)

De KvI vindt eenmalig plaats vóór de eerste ingebruikneming op een specifieke locatie. Een NL-CBI beoordeelt of het apparaat veilig kan worden ingezet onder de geplande gebruiksomstandigheden. De gebruiker levert daarvoor minimaal de PED-conformiteitsverklaring, een P&ID van de installatie, materiaalcertificaten 3.1, lasprocesbeschrijvingen (WPS/WPQR) en de installatietekeningen aan.

Geen geldige KvI betekent geen ingebruikneming. Wie het apparaat toch in bedrijf neemt, riskeert een handhavingstraject door de Nederlandse Arbeidsinspectie en, bij een incident, persoonlijke aansprakelijkheid voor de operationeel verantwoordelijke.

Art. 22 Periodieke herkeuring

De standaard cyclus is vier jaar. Voor specifieke toepassingen gelden afwijkende termijnen. Voor gas-vloeistof-overgangstoepassingen (GVO) is dat doorgaans twee jaar. Voor ademluchtcilinders en vergelijkbare toepassingen vijf jaar. Bij goedgekeurde flexibilisering (een door de NL-CBI vastgesteld inspectieplan met conditie- en risicogestuurde tussenstappen) kan de termijn oplopen tot maximaal 18 jaar.

De gebruiker is verantwoordelijk voor het tijdig plannen van de herkeuring. Een verlopen herkeuring schort de gebruiksrechten op, ongeacht of het apparaat technisch nog in orde is.

Art. 26 Reparatie en wijziging

Zodra een reparatie of wijziging de drukbelaste delen raakt, valt de ingreep onder artikel 26. Dat betekent: een nieuwe keuring vóór hernieuwde ingebruikneming. Voorbeelden zijn de vervanging van een appendage met een andere PS, een gewijzigde wanddikte, een nieuwe aansluiting of een gewijzigd lasdetail in een drukbelaste verbinding.

Niet elke ingreep raakt de drukbelaste delen. Vervanging van een drukschakelaar in een instrumentatielijn of het opnieuw isoleren van de buitenzijde valt doorgaans buiten artikel 26. Bij twijfel: vooraf afstemmen met de NL-CBI, niet achteraf.

Industrieel leidingwerk met flenzen en afsluiters, onderdelen van drukapparatuur die onder WBDA-keuringsplicht vallen

Keuringsintervallen per categorie in één tabel

Categorie KvI vereist Standaard herkeuringsinterval Maximale verlenging bij flexibilisering Bijzonderheden
Standaard drukvat Ja 4 jaar 18 jaar Afhankelijk van inspectieplan
GVO-toepassing Ja 2 jaar Beperkt Strenger regime door risicoprofiel
Ademluchttoepassing Ja 5 jaar Geen Vaste cyclus
Leidingwerk Ja 4 jaar Tot 12 jaar Per traject beoordelen, DN 25-DN 65 sinds 2016
Stoomketel Ja 2 tot 4 jaar Beperkt Inwendig en uitwendig apart
Samenstel Ja Volgt strengste component Idem Aparte conformiteitsbeoordeling

Valt een apparaat tussen twee categorieën in, dan geldt de strengste cyclus. Een leidingsegment dat zowel onder GVO als onder de leidingencategorie kan vallen, krijgt dus de tweejaarscyclus. Twijfelgevallen leg je vast in het inspectieplan.

Beslisboom voor keuringsplicht en zorgplicht

Keuringsplicht en zorgplicht worden vaak door elkaar gehaald, maar het juridische verschil is wezenlijk. Keuringsplicht volgt uit het WBDA. Het is een harde verplichting met vaste momenten en sancties als een keuring ontbreekt. Zorgplicht volgt uit het Arbobesluit en is een doorlopende verantwoordelijkheid voor veilig gebruik. Geen losse keuringsmomenten, wel een permanente verplichting tot inspectie, registratie en actie bij afwijkingen.

In de praktijk loop je een beslisboom van vijf stappen langs:

  1. Overschrijdt de maximaal toelaatbare druk PS de drempel van 0,5 bar overdruk? Zo nee: geen WBDA, alleen Arbo-zorgplicht.
  2. Valt het apparaat onder een uitsluiting (transportleidingen, militaire toepassingen, specifieke categorieën onder PED Art. 1)? Zo ja: WBDA niet van toepassing, zorgplicht wel.
  3. Bepaal de PED-categorie (I tot en met IV) op basis van PS, V en fluïdumgroep.
  4. Bepaal het keuringsinterval op basis van categorie en toepassing.
  5. Bepaal de aanvullende zorgplicht-acties: dagelijkse visuele controle, logboek bijhouden, onderhoudsregister en directe melding bij afwijkingen.

Deze beslisboom werkt voor nieuwe apparatuur en voor bestaande installaties die je opnieuw inventariseert.

Wanneer alleen zorgplicht volstaat

Apparaten onder de 0,5 bar drempel of binnen een uitsluitingscategorie vallen niet onder de WBDA-keuringsplicht. Toch ben je niet klaar. Het Arbobesluit eist dat je werknemers veilig met deze apparaten kunnen werken. Visuele controles, een onderhoudsregister en directe interventie bij lekkages of geluidsklachten horen daarbij.

Wanneer keuringsplicht én zorgplicht naast elkaar lopen

Voor alle WBDA-plichtige apparatuur loopt de zorgplicht naast de keuringscyclus door. Tussen twee herkeuringen door blijf je verantwoordelijk voor dagelijkse waarnemingen, periodieke functionele tests van veiligheidsappendages en directe actie bij afwijkingen. Een geldige Art. 22-verklaring is geen vrijbrief tot het volgende moment.

De rol van de NL-CBI en de kavels A tot G

NL-CBI staat voor Nederlandse Conformiteitsbeoordelingsinstantie. Alleen partijen die door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn aangewezen, mogen de KvI en de periodieke herkeuringen uitvoeren. Bekende NL-CBI’s zijn TÜV NORD, DNV en Vinçotte.

De kavels A tot en met G corresponderen elk met een type drukapparatuur. Een NL-CBI wordt aangewezen voor één of meer kavels en mag dus niet automatisch over de volle breedte van de WBDA werken. Wie zijn apparatenpark verdeelt over meerdere CBI’s, doet er goed aan in zijn dossier per asset vast te leggen welk kavel en welke CBI bevoegd zijn. Dat voorkomt verrassingen bij een herkeuring of een handhavingsbezoek.

Verantwoordelijkheidsverdeling tussen fabrikant, gebruiker, NL-CBI en Arbeidsinspectie

In de keten heeft elke partij een eigen rol. De fabrikant is verantwoordelijk voor de PED-conformiteit, levert de conformiteitsverklaring en het complete bouwdossier inclusief materiaalcertificaten en lasprocesbeschrijvingen. De gebruiker is verantwoordelijk voor de KvI, de periodieke herkeuring en de doorlopende zorgplicht. De NL-CBI voert de onafhankelijke beoordeling uit en geeft de verklaring af. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert achteraf op aanwezigheid van geldige verklaringen en documentatie, en handhaaft bij overtredingen.

Een vaak onderschatte schakel is de lasorganisatie. Bij een fabrikant met een ISO 3834-certificering is de borging van lasprocedures, lasserkwalificaties en NDT geregeld in een gecontroleerd kwaliteitssysteem. Voor de gebruiker betekent dat minder papierwerk en minder vragen bij een herkeuring, want de NL-CBI kan terugvallen op een gestructureerd bouwdossier in plaats van losse certificaten.

Ontwerpkeuzes die herkeuring eenvoudiger maken vanuit fabrikant-perspectief

De keuze van de PED-module bij de fabricage bepaalt voor een groot deel hoe makkelijk of moeilijk de herkeuringen later worden. Module H of H1 vraagt om een volledig kwaliteitsborgingssysteem en levert een uitgebreid bouwdossier op. Module A2 of C2 leunt op steekproefsgewijze controle door de notified body en geeft een lichter bouwdossier. Voor een apparaat dat later jaarlijks of tweejaarlijks herkeurd wordt, betaalt de zwaardere module zich in de levensduur terug; het dossier ligt klaar voor elke volgende inspectie.

Traceerbaarheid is de tweede grote knop. Een fabrikant die werkt volgens EN 1090 en ISO 9001 levert materiaalcertificaten, lasrapporten en NDT-resultaten gestructureerd aan. Bij een Art. 26-keuring na een wijziging hoef je dan niet terug naar de leverancier voor een 3.1-certificaat van vier jaar geleden, want het ligt in het bouwdossier.

In het ontwerp zelf maakt een aantal keuzes het verschil. Voorzie inspectie-openingen op de plaatsen waar de NL-CBI inwendig moet kunnen kijken; achteraf erin snijden valt onder artikel 26. Kies lasprocedures die later goed te NDT-en zijn, met name bij dikkere wanden. Werk met materialen die courant op de markt zijn, zodat een vervangingsdeel niet vier maanden levertijd heeft. En leg de installatie zo neer dat een functionele test van de veiligheidsappendages zonder uitbedrijfname kan.

Bij Ferna lopen al die keuzes samen: fabricage volgens de PED-modules A2, Bo, Bp, C2, D, H en H1, met EN 1090- en ISO 9001-traceerbaarheid in het bouwdossier. Niet als verkoopargument, wel omdat het de levensduurkosten van compliance voor de gebruiker verlaagt.

Documentatie-checklist voor de WRDA-naleving

Per drukapparaat hoor je het volgende minimaal te bewaren:

  • De PED-conformiteitsverklaring met module-aanduiding en CE-markeringnummer.
  • Het KvI-rapport van de NL-CBI.
  • Het meest recente herkeuringsrapport en alle eerdere herkeuringsrapporten in de levensduur.
  • Het P&ID van de installatie waarop het apparaat is aangesloten.
  • De materiaalcertificaten 3.1 voor alle drukbelaste delen.
  • De lasprocesbeschrijvingen (WPS en WPQR) en de lasserkwalificaties (WPQ).
  • De NDT-rapporten van de fabricage en eventuele tussentijdse inspecties.
  • Het inspectie- en onderhoudslogboek met dagelijkse waarnemingen.
  • Het onderhoudsregister met alle vervangingen en kalibraties.
  • Een goedgekeurd inspectieplan, als gewerkt wordt met flexibilisering.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan deze documentatie binnen redelijke termijn opvragen. Een digitaal centraal dossier per asset, gekoppeld aan het inspectielogboek, scheelt dagen werk bij een controlebezoek.

Wat te doen bij een verlopen of afgekeurde herkeuring

Een verlopen of afgekeurde herkeuring betekent één ding: gebruik is per direct niet meer toegestaan. Hoe technisch in orde het apparaat ook lijkt, juridisch staat het stil.

Het stappenplan loopt als volgt:

  1. Neem het apparaat onmiddellijk uit bedrijf en stel een fysieke isolatie in (block-and-bleed, blindflens).
  2. Laat de NL-CBI de oorzaak van de afkeuring vastleggen in een afkeuringsrapport. Vraag expliciet om de gebreken en de aanbevolen herstelacties.
  3. Plan de reparatie of wijziging onder artikel 26. Stem vooraf af welke documenten de NL-CBI nodig heeft voor de hernieuwde keuring.
  4. Bied het apparaat opnieuw aan voor herkeuring. Pas na een geldige verklaring mag het terug in bedrijf.
  5. Meld een veiligheidsincident, zoals lekkage, drukpiek of persoonlijk letsel, onverwijld aan de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Vergeet niet om interne stakeholders te informeren. Een afgekeurd hoofdvat raakt vaak meerdere productielijnen, en de juridische rugdekking ligt bij wie het stilzetten correct heeft vastgelegd.

Cross-border PED-erkenning binnen de EU

Een PED-conformiteitsverklaring, afgegeven door een notified body in een andere EU-lidstaat, geldt in beginsel ook in Nederland voor het in de handel brengen. Een Duits drukvat met een geldige PED-verklaring van TÜV Süd kan dus in Nederland aangeschaft en opgesteld worden zonder een tweede PED-traject.

Wat de verklaring niet opheft, is de WBDA-keuringsplicht. Zodra het apparaat in Nederland in gebruik is, valt het onder de KvI van artikel 21 en de periodieke herkeuring van artikel 22. De NL-CBI mag daarbij verwijzen naar de buitenlandse PED-documentatie, maar voert wel een eigen beoordeling uit op de gebruikslocatie.

Het Verenigd Koninkrijk vormt sinds de Brexit een aparte casus. De Britse UKCA-markering wordt niet automatisch erkend binnen de EU. Wie post-Brexit gefabriceerde Britse drukapparatuur in Nederland in bedrijf wil nemen, moet alsnog een PED-traject in de EU doorlopen.

Praktijkvoorbeeld van een nieuw drukvat van ontwerp tot eerste herkeuring

Een raffinage-installatie heeft behoefte aan een nieuw opslagvat voor een procesvloeistof. De maximaal toelaatbare druk PS is 12 bar, het inwendige volume V is 5000 liter, en de fluïdumgroep is groep 2. Op basis van deze waarden valt het vat onder PED-categorie III.

De fabrikant kiest module H (volledige kwaliteitsborging) vanwege het verwachte herkeuringsregime en de wens van de eindgebruiker om een uitgebreid bouwdossier te krijgen. Productie verloopt onder een ISO 9001-gecontroleerd systeem, met materiaalcertificaten 3.1, gekwalificeerde lasprocedures volgens EN ISO 15614 en NDT op alle drukbelaste lassen. De notified body geeft na audit de PED-conformiteitsverklaring af. Het bouwdossier wordt digitaal aan de eindgebruiker overgedragen.

Op de gebruikslocatie volgt de KvI door een NL-CBI. Het dossier is compleet, de fysieke inspectie levert geen bevindingen op en het vat mag in gebruik. Vanaf dat moment ligt de zorgplicht bij de gebruiker: dagelijkse visuele inspectie, periodieke functionele tests van de veiligheidsklep, logboekvoering. Na vier jaar volgt de eerste periodieke herkeuring volgens artikel 22. Omdat het bouwdossier en het inspectielogboek op orde zijn, beperkt de NL-CBI zich tot een visuele en wandiktecontrole.

Wie zo’n traject voorziet bij ontwerp of vervanging, vindt in een gespecialiseerde fabrikant die de hele PED-stack afdekt, een sterke schakel. Ferna verzorgt zowel de drukvatfabricage als de bijbehorende piping en levert het bouwdossier in dezelfde structuur, wat de NL-CBI bij elke volgende herkeuring tijd bespaart.

Veelgestelde vragen

Geldt de WRDA ook voor tijdelijke installaties?

Ja. Zodra de maximaal toelaatbare druk PS hoger is dan 0,5 bar overdruk, geldt de WRDA, ook bij projectmatig of mobiel gebruik. De keuringsplicht volgt het apparaat, niet de locatie. Bij hergebruik op een nieuwe locatie kan een aanvullende KvI nodig zijn als de gebruiksomstandigheden wezenlijk wijzigen.

Wat is het verschil tussen een KvI en een herkeuring?

De KvI vindt eenmalig plaats vóór de eerste ingebruikneming op een specifieke locatie. De herkeuring is periodiek en herhaalt zich gedurende de hele levensduur. Een verhuizing naar een andere locatie kan een nieuwe KvI vereisen, vooral als de installatie-omgeving andere risico’s met zich meebrengt.

Mag ik een Duitse PED-verklaring in Nederland gebruiken?

Voor het in de handel brengen volstaat een geldige EU-conformiteitsverklaring, ongeacht het land van afgifte. Voor het gebruik in Nederland blijft de WBDA-keuringsplicht volledig gelden. De NL-CBI voert de KvI en de herkeuringen uit, ook op apparatuur met een buitenlandse PED-verklaring.

Welk herkeuringsinterval geldt voor een ademluchttank?

Voor ademluchttoepassingen geldt standaard een vijfjaarscyclus, mits het inspectieplan dat onderschrijft. Voor andere categorieën gelden andere intervallen. Zie daarvoor de tabel eerder in dit artikel.

Wie controleert of een drukapparaat WRDA-compliant is?

De NL-CBI voert de inhoudelijke keuringen uit en geeft de verklaringen af. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert achteraf op de aanwezigheid van geldige verklaringen en documentatie en handhaaft bij overtredingen. De primair verantwoordelijke partij blijft de gebruiker.

Hoe lang mag een drukapparaat in dienst blijven?

Er is geen wettelijke maximale leeftijd. De herkeuringsfrequentie en de zorgplicht bepalen de feitelijke levensduur. Bij flexibilisering kan de termijn tussen twee herkeuringen oplopen tot 18 jaar. Daarnaast horen doorlopende inspecties bij de zorgplicht en zijn ze vaak doorslaggevend voor de daadwerkelijke gebruiksduur.

In gesprek over uw drukapparatuur-fabricage

De Warenwetregeling drukapparatuur, het Warenwetbesluit Drukapparatuur en de PED 2014/68/EU vormen samen één keten. Wie de drie wetten uit elkaar weet te houden, snapt waarom een conformiteitsverklaring uit Duitsland in Nederland niet automatisch de keuringsplicht opheft, waarom de standaard vierjaarscyclus met goedgekeurd inspectieplan tot 18 jaar kan oprekken, en waarom een Art. 26-traject zo nauw luistert bij elke wijziging die de drukbelaste delen raakt.

De grootste winst voor compliance ligt vóór de eerste ingebruikneming. Een doordachte module-keuze, een gestructureerd bouwdossier en traceerbaarheid via EN 1090 en ISO 9001 maken alle latere herkeuringen sneller, voorspelbaarder en goedkoper. Een fabrikant die de PED-modules én de Nederlandse herkeuringspraktijk kent, is daarmee niet alleen een leverancier maar een partner in de levensduur van het apparaat.

Bij ontwerp of vervanging van drukapparatuur loont het om vroeg in gesprek te gaan. Plan een vrijblijvend adviesgesprek over PED-conforme fabricage en volledige traceerbaarheid, zodat je compliance-pad voor de komende jaren in één keer goed staat.

Laatste nieuwsberichten

Laatste nieuwsberichten

Warenwetregeling drukapparatuur uitgelegd voor gebruikers en fabrikanten

Warenwetregeling drukapparatuur uitgelegd voor gebruikers en fabrikanten

Warenwetregeling drukapparatuur uitgelegd voor gebruikers en fabrikanten Wat de WRDA regelt en waarom dit artikel...
Lees dit bericht
RVS corrosie herkennen, voorkomen en voorblijven in industriële projecten

RVS corrosie herkennen, voorkomen en voorblijven in industriële projecten

test
Lees dit bericht
Lassymbolen tekening lezen volgens NEN-EN-ISO 2553

Lassymbolen tekening lezen volgens NEN-EN-ISO 2553

Lees hoe je lassymbolen op tekening interpreteert volgens NEN-EN-ISO 2553: basissymbolen, a-maat, staart, lasproces en checklist voor werkvoorbereiders.
Lees dit bericht