3.1 certificaat staal en wanneer het verplicht is
Een 3.1 certificaat staal is een inspectiecertificaat conform EN 10204:2004 waarin de fabrikant op basis van specifieke beproeving vastlegt dat het geleverde materiaal voldoet aan de bestelde norm en eventuele extra contractuele eisen. Het document wordt ondertekend door iemand binnen het bedrijf die hiërarchisch los staat van de productie. Dat klinkt formeel, maar in de praktijk is het de basis van elk degelijk keuringsdossier.
Dit artikel is geschreven voor inkopers en werkvoorbereiders die een 3.1 moeten specificeren bij een staalbestelling of een ontvangen certificaat moeten beoordelen voordat het opleveringsdossier de deur uitgaat. Je leest wat er minimaal op een 3.1 hoort, hoe het verschilt van een 2.1, 2.2 en 3.2, in welke situaties de norm of de wet een 3.1 verplicht stelt, en hoe je veld-per-veld controleert of het document compleet is. Onderdeel van de bredere gids over materiaalcertificaten voor staal.
Wat een 3.1 certificaat staal precies is
Het 3.1 keuringsrapport is een van de vier certificaattypen uit EN 10204:2004. De fabrikant verklaart dat het geleverde materiaal voldoet aan de bestelling én aan de productnorm die in die bestelling is genoemd. Wat dit certificaat onderscheidt van een fabriekscertificaat: de resultaten zijn gebaseerd op specifieke beproeving van het daadwerkelijk geleverde product. Niet op gemiddelden uit de productie.
De ondertekenaar werkt voor de fabrikant, maar staat hiërarchisch los van de productieleiding. In de praktijk is dat een medewerker van kwaliteitsborging of de QA/QC manager. Die onafhankelijkheid is precies het verschil met een 2.2.
Even een stukje historie: in EN 10204:2004 zijn de oude varianten 3.1.A, 3.1.B en 3.1.C samengetrokken tot één type 3.1. Variant 2.3 is verdwenen. Wie nog oude bestekken tegenkomt met “3.1.B” leest dus in feite gewoon “3.1”.
Welke informatie minimaal op een 3.1 hoort
Een 3.1 zonder de juiste velden is feitelijk geen 3.1. Dit hoort er minimaal op:
- Bestelgegevens en productomschrijving
- Productnorm met jaartal (bijvoorbeeld EN 10025-2:2019)
- Smeltcharge- of batchnummer
- Identificatiemarkering die het document koppelt aan het fysieke materiaal
- Beproevingsresultaten die de productnorm voorschrijft
- Conformiteitsverklaring met handtekening van de bevoegde inspecteur
Chemische analyse en mechanische tests staan erop als de productnorm dat vraagt, niet automatisch. Dat misverstand komt vaak voor: mensen zoeken op een 3.1 naar trekresultaten of slagvastheid en concluderen ten onrechte dat het document onvolledig is. De productnorm bepaalt wat verplicht is, niet het certificaattype. EN 10025-2 voor S235 of S355 stelt andere eisen dan EN 10088 voor inox.
Wie een 3.1 mag ondertekenen
Hiërarchisch onafhankelijk van productie betekent dat de ondertekenaar niet rapporteert aan de productieleiding. In de meeste organisaties is dat de QA/QC manager of een inspecteur van de afdeling kwaliteitsborging. Naam, functie en handtekening moeten op het document staan. Ontbreekt de functie, of zit de ondertekenaar in de productielijn, dan voldoet het certificaat niet aan de eisen van een 3.1.
Verschil tussen 2.1, 2.2, 3.1 en 3.2 certificaten
De vier types uit EN 10204:2004 vormen samen één systeem met oplopende bewijslast. Wie dit eenmaal scherp heeft, kan elke bestelvariant duiden. Het is niet voor niets dat vrijwel elke goede kennispagina over materiaalcertificaten met deze vergelijking opent.
Vergelijkingstabel 2.1 vs 2.2 vs 3.1 vs 3.2
| Type | Basis | Beproevingsbasis | Ondertekenaar | Onafhankelijkheid | Typische toepassing |
|---|---|---|---|---|---|
| 2.1 | Fabriekscertificaat | Niet-specifiek, geen testresultaten | Productie | Geen | Handelswaar zonder bijzondere eisen |
| 2.2 | Fabriekscertificaat | Niet-specifiek, testresultaten uit smeltcharge-gemiddelden | Productie | Geen | Standaard constructiestaal zonder verhoogde eisen |
| 3.1 | Inspectiecertificaat | Specifieke beproeving van het geleverde product | Inspecteur van de fabrikant | Hiërarchisch onafhankelijk van productie | Dragend staal EXC2+, drukapparatuur |
| 3.2 | Inspectiecertificaat | Specifieke beproeving | Fabrikant én onafhankelijke inspectie-instantie of koper | Externe partij betrokken | Drukvaten met hoge PED-risico, offshore, kerntechniek |
Het systeem van uitvoeringsklassen waarin deze certificaattypen worden vereist is geregeld in EN 1090 voor staalconstructies, die het constructierisico vertaalt naar een uitvoeringsklasse en bepaalt welk certificaatniveau bij die klasse hoort.
Wanneer 3.1 voldoet en wanneer je 3.2 nodig hebt
Het inhoudelijke testwerk verschilt nauwelijks tussen een 3.1 en een 3.2. Het verschil zit in wie ondertekent. Bij een 3.2 zet, naast de fabrikant, ook een onafhankelijke partij zijn handtekening. Dat is óf een externe inspectie-instantie zoals Lloyd’s, DNV of een notified body, óf de koper zelf.
3.2 is normatief vereist bij drukapparatuur in de hogere PED-risicocategorieën, bij offshore-objecten onder Lloyd’s of DNV en bij bepaalde kerntechnische toepassingen. Buiten die gevallen is een 3.1 de standaard voor materiaal met serieuze constructie-eisen.
Wanneer een 3.1 certificaat staal verplicht is
De keuze tussen 2.2 en 3.1 is vaak geen vrije keuze. Voor veel staaltoepassingen ligt het certificaattype vast in een productnorm, uitvoeringsnorm of wettelijk kader. Concurrenten in de SERP behandelen dit zelden expliciet, terwijl een inkoper die hier scherp op stuurt, herleveringen achteraf voorkomt.
Belangrijk om te weten: de bestellende partij moet het certificaattype bij de order vastleggen. Doet hij dat niet, dan levert de fabrikant standaard wat de productnorm minimaal voorschrijft. En dat is in de praktijk vaak een 2.2.
EN 1090-EXC2 en hoger voor dragende staalconstructie
De uitvoeringsklasse uit EN 1090-2 bepaalt het vereiste certificaatniveau. Voor EXC1 volstaat doorgaans een 2.2. Vanaf EXC2 (waaronder vrijwel alle dragende staalconstructies in gebouwen vallen) is een 3.1 standaard verplicht. Bij EXC3 en EXC4 worden de eisen verder aangescherpt, met aanvullende beproevingen en herleidbaarheid per onderdeel.
Werkvoorbereiding doet er goed aan om vóór de bestelling te bepalen welke uitvoeringsklasse op het project van toepassing is. Dat voorkomt dat een halffabricaat zonder geldig 3.1 in het werk komt en achteraf met aanvullende beproeving moet worden hersteld. Een verplicht lascertificaat zit in dezelfde keten van bewijsdocumenten; beide samen vormen pas een sluitend dossier op EXC2-niveau.
PED 97/23/EC en drukapparatuur
De Pressure Equipment Directive (in Nederland verankerd in de PED-regelgeving en bijbehorende NEN-EN normen) schrijft voor onderdelen die drukbelast worden minimaal een 3.1 voor. Bij hogere risicocategorieën springt de eis door naar een 3.2.
Dit speelt bij vaten, leidingwerk, flenzen en appendages. Maar ook bij componenten die op het oog geen drukapparatuur zijn, maar wel onderdeel van de PED-keten, zoals pijpsteunen die direct lasverbonden zijn aan een drukleiding. Een 2.2 op dat soort materiaal levert vrijwel zeker discussie op bij de oplevering.
Offshore, tankbouw en zware industrie
In offshore en zware industriële omgevingen is een 3.1 vrijwel altijd het absolute minimum. Klant- of project-specificaties leggen daarbovenop vaak aanvullende beproevingen op: slagvastheid bij −20 of −40 °C, ultrasoon onderzoek op platen boven een bepaalde dikte, hardheidstesten op gelaste verbindingen. Voor offshore constructies en de verhoogde certificeringseisen is het type-3.1 dossier maar één van de bouwstenen in een veel breder kwaliteitsregime.
Niet-dragend staal en handelsgoederen
Voor niet-dragende toepassingen en algemene handelsgoederen is een 2.2 doorgaans voldoende. Een 3.1 vragen waar 2.2 prima volstaat, kost onnodig geld en levertijd. Sterker: een staalhandelaar die bij elke offerte automatisch een 3.1 belooft, levert in de praktijk soms een document dat de naam niet eens verdient.
Een 3.1 certificaat lezen en beoordelen
Een veld-per-veld controle bij ontvangst hoort tot het standaardwerk van de werkvoorbereider. Concurrenten in de zoekresultaten geven hier zelden concrete handvatten, terwijl een onvolledig 3.1 bij oplevering tot afkeur leidt, met alle financiële gevolgen van dien.
Identificatiemarkering en koppeling materiaal-certificaat
De eerste check is fysiek. Stempelmerken, ingegoten markeringen of platen-tags op het staal moeten herleidbaar zijn naar het smeltcharge- of batchnummer dat op het certificaat staat. Klopt die koppeling niet, dan heb je een document dat formeel bij ander materiaal hoort.
Bij deelleveringen of doorgesneden materiaal moet de fabrikant het document herwaarmerken: een nieuwe versie met aangepaste hoeveelheden en een verwijzing naar het oorspronkelijke certificaat. Gebeurt dat niet correct, dan is de traceerbaarheid feitelijk verbroken.
Productnorm en beproevingsresultaten
De productnorm hoort met jaartal op het certificaat te staan, bijvoorbeeld EN 10025-2:2019. Oudere versies van dezelfde norm kunnen andere grenswaarden hanteren en zonder jaartal weet je niet welk niveau geleverd is.
Vergelijk daarna de gerapporteerde testwaarden met die grenswaarden:
- Ligt de rekgrens boven de minimumwaarde uit de norm?
- Is de slagvastheid bij de juiste temperatuur getest?
- Klopt de chemische samenstelling met de gestelde grenzen?
Wijkt een waarde af, dan is het materiaal formeel niet conform, ook al lijkt het verschil klein.
Conformiteitsverklaring en ondertekening
De conformiteitsverklaring moet expliciet vermelden dat het materiaal voldoet aan de bestelling en de aangegeven norm. Daarnaast hoort op het document: naam, functie en handtekening van de bevoegde inspecteur, plus de datum en een uniek certificaatnummer. Een vergelijkbare aanpak van veld-per-veld controle zie je terug bij kwaliteitscontrole van lassen in staalconstructies; beide horen in hetzelfde opleveringsdossier en hetzelfde discipline-niveau.
Veelgemaakte fouten bij beoordelen van een 3.1
In de praktijk komen telkens dezelfde afkeurredenen terug:
- Productnorm zonder jaartal
- Certificaat zonder duidelijke koppeling aan een specifiek batch- of smeltchargenummer
- Ondertekening door iemand uit de productielijn in plaats van kwaliteitsborging
- Ontbrekende slagvastheidstest waar de productnorm die wel eist
- Documenten die als 3.1 worden gepresenteerd maar feitelijk een 2.2 zijn, herkenbaar aan ontbrekende specifieke testresultaten op het exemplaar
Een gestructureerde inspectie van staalconstructies werkt vanuit hetzelfde principe: niets is goedgekeurd tot elke regel afzonderlijk klopt. Wie zijn certificaten op die manier leest, voorkomt vervelende verrassingen op de bouwplaats.
Veelgestelde vragen over het 3.1 certificaat staal
Wat is het verschil tussen een 3.1 en een 2.2 certificaat?
Een 2.2 is een fabriekscertificaat waarbij de testresultaten zijn gebaseerd op smeltcharge-gemiddelden, ondertekend door iemand uit de productie. Een 3.1 is een inspectiecertificaat waarbij de resultaten betrekking hebben op het daadwerkelijk geleverde product, ondertekend door iemand die hiërarchisch onafhankelijk staat van de productie. Het verschil zit in de bewijslast en de onafhankelijkheid van de ondertekenaar.
Wanneer is een 3.1 certificaat verplicht in Nederland?
Een 3.1 is verplicht voor dragende staalconstructies vanaf uitvoeringsklasse EXC2 conform EN 1090, voor drukbelaste onderdelen onder de PED-richtlijn, en voor veel toepassingen in offshore en zware industrie. Voor niet-dragende toepassingen en standaard handelsgoederen is een 2.2 doorgaans voldoende.
Kan ik een 3.1 certificaat opvragen als het niet bij levering is meegestuurd?
Ja, maar het certificaat moet afkomstig zijn van dezelfde smeltcharge of batch als het geleverde materiaal. De fabrikant of leverancier is verplicht dit document beschikbaar te stellen als het bij de order is overeengekomen. Is het certificaattype niet bij de bestelling vastgelegd, dan levert de fabrikant wat de productnorm minimaal voorschrijft, en dat is in de praktijk vaak een 2.2.
Hoe controleer ik of een 3.1 certificaat echt is?
Controleer of het smeltcharge- of batchnummer op het certificaat overeenkomt met de stempelmerken of platen-tags op het materiaal. Verifieer de productnorm met jaartal, de beproevingsresultaten ten opzichte van de norm-grenswaarden, en de conformiteitsverklaring met naam, functie en handtekening van de kwaliteitsverantwoordelijke. Ontbreekt één van deze elementen, dan voldoet het document formeel niet aan de eisen van een 3.1.
Wat doe ik als een geleverd 3.1 certificaat onvolledig is?
Keur het materiaal af totdat een compleet en correct document wordt aangeleverd. Onvolledig betekent formeel niet-conform. Vraag de leverancier om een gecorrigeerde versie of een aanvullend document. Bij twijfel over de bevoegdheid van de ondertekenaar: vraag naar de functiebeschrijving of het kwaliteitshandboek van de fabrikant. Neem het materiaal niet in het werk voordat de traceerbaarheid volledig is vastgelegd.
3.1 certificaat staal in uw keuringsdossier
Een 3.1 certificaat staal is geen bijzaak in het opleveringsdossier; het is het bewijs dat het geleverde materiaal daadwerkelijk voldoet aan wat u besteld hebt en wat de norm of wet voorschrijft. Wie het certificaat veld-per-veld leest bij ontvangst, voorkomt discussies bij oplevering en herleveringen die tijd en geld kosten.
De kern: controleer de koppeling materiaal-certificaat, de productnorm met jaartal, de beproevingsresultaten en de conformiteitsverklaring. Leg het certificaattype altijd vast bij de order. En bij twijfel over de geldigheid van een document: keur af en vraag om een correcte versie. Dat is het enige juiste uitgangspunt in een kwaliteitsregime op EXC2-niveau of hoger.
Wilt u hulp bij het opstellen van uw certificeringseisen of het beoordelen van een 3.1 certificaat staal? Neem contact op met onze werkvoorbereiding; wij denken graag mee vanuit de technische praktijk.

3.1 specificeren bij je staalbestelling
Een 3.1 specificeren is meer dan een vinkje in de inkoopapplicatie. Het is een set keuzes die in offerte- en orderfase moet liggen, vóór de eerste plaat is gesneden. Wie dat goed doet, voorkomt meerprijs en levertijdsverlies.
Wat je in de bestelling vastlegt
Leg vast: de productnorm met jaartal, het certificaattype (3.1 volgens EN 10204:2004), eventuele aanvullende beproevingen (bijvoorbeeld slagvastheid bij −20 °C of ultrasoonkeuring) en de gewenste vorm van levering. Wordt er per stuk gemerkt of per batch? Moet er herwaarmerkt worden bij doorsnijden of versnijden van halffabricaat?
Het helpt ook om de uitvoeringsklasse uit EN 1090 of de PED-risicocategorie te benoemen. De fabrikant weet dan direct welke ondergrenzen gelden en kan de fabricage daarop inrichten zonder terug te hoeven vragen.
Veelgemaakte fouten bij specificeren
De klassiekers:
- Alleen “3.1” vermelden zonder de productnorm
- Productnorm zonder jaartal opgeven
- Certificaateis pas na bestelling toevoegen, vrijwel altijd met meerprijs en latere levertijd tot gevolg
- Een 3.2 vragen waar een 3.1 voldoet, wat de levertijd onnodig oprekt
Wanneer 3.1+ of opwaardering naar 3.2 zinvol is
In de markt circuleert ook de term 3.1+. Dat is een 3.1 met aanvullende, herhaalde mechanische tests, handig bij projecten met verhoogde betrouwbaarheidseisen waar een volledig 3.2 te zwaar is. Trek, slag en hardheid worden dan extra getest op de geleverde batch.
Een ander scenario: voorraadmateriaal heeft een 3.1, maar het project eist een 3.2. Opwaardering is dan mogelijk. Een onafhankelijke inspectie-instantie voert aanvullende beproevingen uit en ondertekent mee. Het bestaande materiaal blijft inzetbaar, zonder dat het alsnog moet worden afgekeurd. Dat scheelt tijd, geld en in sommige gevallen een hele leverronde.
Wat als de leverancier geen 3.1 kan leveren
Niet elke staalhandelaar of fabrikant heeft standaard 3.1-documentatie beschikbaar. Concurrenten benoemen dit wel, maar bieden zelden een uitweg. In de praktijk zijn er drie routes.
Praktische uitwegen
Optie één: opwaardering via een gecertificeerde tussenpartij die alsnog specifieke beproeving uitvoert en het 3.1-document opmaakt op basis van het bestaande materiaal.
Optie twee: kiezen voor een alternatieve materiaalkwaliteit waar 3.1 wel standaard beschikbaar is. Voor sommige projecten is dat acceptabel mits de constructieve eisen niet veranderen.
Optie drie: overstappen naar een fabrikant die maatwerk levert mét complete 3.1-documentatie standaard. Bij staalconstructies op maat zit het certificaat doorgaans verwerkt in het standaard leverpakket; dat scheelt zoekwerk achteraf.
Leverbaarheid per staalsoort
3.1 voor inox staal is doorgaans probleemloos beschikbaar bij standaard leveranciers. Voor RVS-kwaliteiten zoals 304 en 316 hebben de meeste handelaren de certificering direct op voorraad.
3.1 voor gewoon constructiestaal S235 en S355 ligt lastiger. Hoe kleiner het gevraagde gewicht of de afmeting, hoe moeilijker het wordt om materiaal terug te leiden naar één smeltcharge. Voor kleine restpartijen krijg je op de markt vaak alleen een 2.2 aangeboden, of een 3.1 dat bij nadere inspectie niet aan de eisen voldoet.
Veelgestelde vragen
Wat staat er in een 3.1 certificaat staal?
Op een 3.1 staan minimaal de bestel- en productgegevens, de productnorm met jaartal, het smeltcharge- of batchnummer, de beproevingsresultaten die de productnorm voorschrijft (chemische analyse en mechanische tests waar van toepassing), de conformiteitsverklaring, en de ondertekening door een inspecteur van de fabrikant die hiërarchisch onafhankelijk is van productie. Identificatiemarkeringen op het materiaal moeten herleidbaar zijn naar het certificaat.
Wat is het verschil tussen een 3.1 en een 3.2 certificaat?
Beide zijn inspectiecertificaten op basis van specifieke beproeving van het geleverde materiaal. Bij een 3.1 ondertekent alleen de hiërarchisch onafhankelijke inspecteur van de fabrikant. Bij een 3.2 ondertekent daarnaast een externe partij: een onafhankelijke inspectie-instantie of de koper. Een 3.2 is normatief vereist bij hogere PED-risicocategorieën, offshore en kerntechnische toepassingen.
Wat is het verschil tussen een 2.2 en een 3.1 certificaat?
Een 2.2 is een fabriekscertificaat met niet-specifieke controle: de testresultaten zijn gemiddelden uit de productie, niet metingen op het exacte geleverde product. Een 3.1 is specifiek: de beproevingen zijn uitgevoerd op het werkelijk geleverde materiaal en het document wordt ondertekend door iemand los van productie. Voor dragende staalconstructie vanaf EN 1090-EXC2 en voor PED-toepassingen is een 2.2 niet voldoende.
Wanneer is een 3.1 certificaat verplicht?
Een 3.1 is verplicht bij dragende staalconstructie vanaf uitvoeringsklasse EXC2 conform EN 1090-2, bij drukapparatuur onder PED (minimaal 3.1, soms 3.2), en bij offshore- en industriële projecten waar de klantspecificatie dat eist. Voor niet-dragend staal en algemene handelsgoederen volstaat doorgaans een 2.2.
Wie mag een 3.1 certificaat ondertekenen?
Een bevoegd persoon binnen het bedrijf van de fabrikant die hiërarchisch onafhankelijk is van de productie. In de praktijk is dat de QA/QC manager of een inspecteur van kwaliteitsborging. Naam, functie, handtekening en datum moeten op het document staan, anders voldoet het niet aan de eisen van een 3.1.
Wat kost een 3.1 certificaat?
Bij voorraadmateriaal van handelaren wordt vaak een vast bedrag per type en dikte gerekend, in de orde van enkele tientjes per certificaat. Bij maatwerkfabricage is het certificaat doorgaans onderdeel van de standaardlevering en zit het verwerkt in de offerteprijs. Meerprijs ontstaat vooral als de eis pas na bestelling wordt toegevoegd, omdat dan aanvullende beproeving en administratie nodig zijn.
Hoe Ferna omgaat met 3.1 documentatie
Bij maatwerk constructiewerk leveren we het 3.1-dossier standaard compleet mee: chemische analyse, mechanische tests waar de productnorm dat eist, koppeling van materiaal aan smeltcharge en de conformiteitsverklaring met ondertekening door kwaliteitsborging. Daardoor hoeft de werkvoorbereider niet achter losse stukken aan en is het opleveringsdossier sluitend.
Samengevat: een 3.1 certificaat staal is het inspectiecertificaat dat materiaalkwaliteit borgt met specifieke beproeving en onafhankelijke ondertekening. Wie weet wat erop hoort, in welke situaties de norm of de wet het vereist en hoe je het document veld-per-veld beoordeelt, voorkomt opleveringsproblemen en herstelwerk achteraf. Voor het bredere kader zijn de andere materiaalcertificaten en hun onderlinge verhouding relevant (zie: Materiaalcertificaat staal).
Twijfel je over de juiste certificaateis voor je project, of wil je een ontvangen 3.1 laten controleren op compleetheid? Neem contact op met als onderwerp “Advies 3.1 certificaat staal”; onze werkvoorbereiding denkt graag mee.